Pays-Bas: Studie nodig naar babyeuthanasie

Publié le

Het is noodzakelijk om meer onderzoek te doen naar hoe het kinderen vergaat die er bij de geboorte zeer slecht aan toe waren. Dat schrijft het Centrum voor Ethiek en Gezondheid (CEG), een samenwerkingsverband van de Gezondheidsraad en de Raad voor de Volksgezondheid, in een advies aan staatssecretaris Bussemaker (Volksgezondheid) en minister Hirsch Ballin (Justitie), dat gisteren is gepresenteerd.  

 

In Nederland komt het elk jaar naar schatting enkele tientallen keren voor dat het leven van een pasgeboren baby wordt beëindigd. Het gaat om baby's die erg ziek zijn, intens lijden of die met ernstige handicaps door het leven zouden moeten gaan. Deskundigen werken aan criteria die moeten aangeven onder welke omstandigheden een arts de behandeling mag staken of het leven van een kind mag beëindigen. 
Levensbeëindiging bij baby's is strafbaar als doodslag of moord, tenzij een arts een beroep kan doen op overmacht. Daarvan is sprake als het kind door een gebrekkige gezondheid ernstig lijdt of gaat lijden en de plicht van de arts om dat lijden te verlichten of te voorkomen zwaarder weegt dan zijn plicht het leven van het kind te behouden. 
Volgens het CEG is nog weinig bekend over de omstandigheden waaronder artsen en ouders besluiten een einde te maken aan het leven van een ernstig zieke baby, omdat artsen die het leven van een baby beëindigen dit meestal niet melden. Artsen doen dit niet, omdat het voor hen onduidelijk is wanneer zij wel of niet strafbaar zijn, volgens het CEG. 
Het CEG pleit voor meer onderzoek naar de omstandigheden waaronder euthanasie op baby's plaatsvindt. In welke gevallen levensbeëindiging bij baby's ongestraft blijft, is alleen in grote lijnen bekend. 
Als een arts het leven beëindigt van een baby van wie vaststaat dat hij kort na de geboorte toch zou sterven en tot die tijd ondraaglijk zou lijden, is de kans groot dat hij niet wordt vervolgd voor doodslag of moord. Als de pasgeborene niet gauw zal sterven, maar er geen kans is dat het ondraaglijk lijden minder zal worden, is de arts er veel minder zeker van dat hij gevrijwaard is van vervolging. 
In Groningen ontwikkelden artsen ruim een jaar geleden een protocol voor het beëindigen van het leven van baby's die een leven van ondraaglijk lijden in het vooruitzicht zouden hebben. Zij stelden dat protocol op, omdat artsen in heel Nederland meer duidelijkheid wilden. Die voorschriften leverden internationaal veel ophef op. 
Het kabinet stelde in september vorig jaar een commissie samen om te oordelen over euthanasie op pasgeborenen. Die commissie bestaat uit drie artsen, een ethicus en één jurist, waarbij de artsen samen één stem hebben. Het Openbaar Ministerie betrekt het oordeel van deze commissie bij de beslissing om de arts al dan niet te vervolgen.  
Het CEG schrijft aan Bussemaker en Hirsch Ballin dat er ook nog antwoord moet komen op een aantal principiële vragen, zoals de toelaatbaarheid van levensbeëindiging bij een kind dat een slechte prognose voor de latere gezondheid heeft, maar dat wel zonder medische behandeling kan blijven leven. http://www.nd.nl/Document.aspx?document=nd_artikel&id=93527 

Publicité
Pour être informé des derniers articles, inscrivez vous :
Commenter cet article