België: euthanasie of kakothanasie ?

Publié le

EUTHANASIE is grieks voor ‘een goede dood’. „Maar wat is een goede dood?”, vraagt Jean-Luc Demeere. Samen met zuster Leontine stampte de anesthesist in 1990 in het Sint-Janziekenhuis te Brussel de eerste palliatieve afdeling van ons land uit de grond. Jarenlang liep hij ’s weekends zijn zaalronde bij de patiënten op de bewuste afdeling. „Zo’n ronde kan lang duren”, aldus dokter Demeere. „Maar dat wil niet zeggen dat er veel gepraat wordt. Er zijn, daar gaat het om.

Mensen hun verhaal laten doen. Heel simpel en tegelijk levensnoodzakelijk.” Vraagt een terminale patiënt in het ziekenhuis een einde te maken aan zijn lijden, worden alternatieven

voorgesteld, zoals de palliatieve zorg. De ervaring leert immers dat onder een euthanasievraag

vaak andere vragen schuilgaan. „Voor de palliatieve zorg is de eerste uitdaging de lichamelijke pijn onder controle te krijgen. Dat is tegelijk de makkelijkste opdracht. Behalve het toedienen van morfine bestaat immers nog een reeks andere technieken.

Zo kunnen we op de plaats waar de pijn zich voordoet de zenuwen immobiliseren, waardoor de pijn verdwijnt, terwijl je in je hoofd toch helder blijft.” „Is de pijn onder controle en kan de patiënt opnieuw goed slapen, recupereert hij veel beter. Velen zien het leven dan weer heel  anders.

Door het stopzetten van een chemokuur in het geval van een kankerpatiënt, kan die weer genieten van eten en drinken. Die kleine details maken het leven opnieuw leefbaar.” Ook het feit dat op het einde de pijnmedicatie kan worden opgedreven om de patiënt rustig te laten sterven, stelt velen gerust. Zo’n ‘passieve euthanasie’, ook wel eens ‘palliatieve sedatie’ genoemd (al is dat niet helemaal correct, omdat palliatieve sedatie niet gebeurt met de intentie dat de dood erop volgt), behoort tot het reguliere medische handelen en valt niet onder de euthanasiewetgeving.

„Vanuit het besef dat er geen tijd meer te verliezen is, voelen veel terminale patiënten de behoefte  in het reine te komen met een aantal zaken, of familiebanden aan te halen. Dat zijn zeer belangrijke momenten voor de patiënt en zijn nabestaanden.” Trauma Lijden omvat  echter veel meer dan enkel pijn. Geestelijke en emotionele aspecten zijn niet te onderschatten. Toch is medicatie hier niet aangewezen. „Bij het levenseinde willen mensen de waarheid in de ogen kijken. Hun depressie vraagt dan niet om psychofarmaca, maar om een luisterend oor. Stilte is hier het beste medicijn. Naar boven laten komen wat gezegd moet worden. Met  mensen in die situatie plat te  spuiten, bewijs je niemand een dienst.”

Zo vertelt een verpleegkundige van een palliatieve eenheid het verhaal van een bejaarde man met darmkanker. „Alles had hij geregeld. Hij wilde euthanasie. Als jonge verpleegster voelde ik me onzeker bij deze man vol levenservaring, zwijgzaam en introvert, maar boos. In de gesprekken tijdens de verzorging tracht ik te achterhalen waarom hij zo misnoegd is. Maar elk gesprek dat meer diepgang krijgt, blokt hij vakkundig af.” Het geduld van de verpleegster wordt echter beloond. Op een dag begint de man zelf een gesprek over iets waarmee hij al jarenlang in de knoop zit. Beide ouders bleken alcoholverslaafd te zijn geweest en hem als kind te hebben mishandeld én seksueel misbruikt. De man barst in tranen uit en zegt dat hij het nooit eerder heeft kunnen vertellen, zelfs niet aan zijn eigen vrouw.

Dat wil hij nu wel doen. Door zijn trauma te vertellen ziet de man in dat hij er zelf geen schuld aan heeft. Voor het eerst in zijn leven voelt hij zich ook goed genoeg omringd door mensen om zijn lijden wel te kunnen dragen. De euthanasievraag is niet meer van doen. Twee dagen later sterft de man rustig. De echtgenote vertelt hoe blij ze is dat ze zijn grote geheim uiteindelijk heeft mogen horen en dat dit hen geholpen heeft om warm en teder afscheid te nemen. Samen met andere al even beklijvende verhalen werd de ervaring van deze  verpleegster opgetekend in Help JIJ mij leven tot ik sterf? (Halewijn, 2007).

Geweten Veruit de meeste euthanasievragen vallen weg eens de patiënt professioneel en liefdevol omringd wordt op de palliatieve afdeling.

Toch rest een klein aantal mensen voor wie het leven zelf een lijdensweg is geworden. Op achttien jaar in de palliatieve zorg werd dokter Demeere er welgeteld vier keer mee geconfronteerd. Hij werd voor een verscheurende keuze geplaatst. „De makkelijkste keuze was in een boog om het probleem heen te lopen en te vluchten naar een volgende patiënt. Het alternatief was de patiënt uit zijn lijden te verlossen door de dood. Andere specialisten en de ethische commissie waren het erover eens dat er geen andere uitweg was. Maar ik kan u verzekeren dat dit een zware druk legt op mijn geweten.” Ondanks deze genuanceerde houding blijft dokter Demeere gekant tegen de euthanasiewet en zeker tegen een uitbreiding.

„Door de wet af te stemmen op uitzonderlijke gevallen, verhef je die tot de norm. Actieve euthanasie moet uitzonderlijk blijven.” Helemaal onverantwoord is de euthanasiekit die je op voorschrift haalt in de apotheek. Die vergroot de druk op huisartsen die niet worden omkaderd door een medisch team en een ethische commissie.

Reageer op het dossier op de website www.kerknet.be/kerkenleven

 

Wat is een ‘goede dood’?

Lieve Wouters

Poging tot bijdrage aan eerlijk, genuanceerd en sereen debat over euthanasie In de mediastorm over euthanasie waait de wind altijd in dezelfde richting. Stilaan raakt de samenleving ingepeperd: lijden kan niet menswaardig zijn, beter is het op tijd uit het leven te stappen. Tegen beter weten in luidt de Kerk een andere klok. Ze verheerlijkt het lijden niet, komt wel op voor een cultuur van solidariteit in ademnood. Wie de problematiek echt ter harte gaat, ziet met lede ogen toe hoe hij op de spits wordt gedreven. Met twee getuigenissen en een zestal doordenkers willen we bijdragen aan een eerlijk, genuanceerd en sereen debat.

Dokter Jean-Luc Demeere richtte met zuster Leontine de palliatieve eenheid op in het Sint-Janziekenhuis te Brussel. © Herman Ricour

 

Commenter cet article